Vers

Onder eplempt

grave gravens in de ongrond
make waege van ’t uutgegravene
zaeje gaele fillepienen, zaeje haver
vruchtbaor wodt de onnutte gronden
bouwt ow huze van steen
schaffe kunstmest an en centrifuges
houwe de riege zwatte elzen umme
houwe de allene­staonde eike umme
alle percelen kats kats recht
inens, uut ’t niets welt de träöne ow op
de spiegelende waterviolier verschint ow
de ragfiene libellen wie­t schicht en schokt
de zoegende diepten sprekt töt ow:
‘wat he’j der allemaol onder­eplempt’ 

(uit de nieuwe 2-talige bundel:  Delf op uut de kolk)

Onder geplempt 

graaf sloten uit in de woeste grond
maak wegen van het uitgegravene
zaai gele lupinen, zaai haver
vruchtbaar worden de onnutte gronden
bouw je een huis van steen
schaf kunstmest aan en centrifuges
hak de rij zwarte elzen om
hak de alleenstaande eik om
alle percelen he le maal recht
ineens, uit het niets wellen de tranen in je op
de spiegelende waterviolier verschijnt jou
de ragfijne libellen die schichten en schokken
de zuigende diepten spreken tot jou:
‘wat heb je er allemaal onder geplempt’